Home
contact
lever kopij aan
agenda
archief
 
Discussie
• Hoe bereik je de massa potentiële klanten microfinanciering?
• Definitie Microfinanciering voor Nederland
 
Definitie Microfinanciering voor Nederland 17.07.2007

In een definite van microfinanciering zal allereerst moeten worden bepaald welke vormen van microfinanciering daaronder vallen. Vervolgens per vorm (bijvoorbeeld microkrediet) bepalen om welke bedragen en toegangsdrempels het gaat. Hoe zou zo'n definitie er volgens jou uit moeten zien?

 

reacties
Margot Lobbezoo 17-07-2007 16:23
In gesprekken die ik de afgelopen periode heb gehad over microfinanciering komen verschillende definities naar boven. Ten eerste spreken de meeste mensen alleen over microkredieten en weinig over andere financiële instrumenten.

In sommige gevallen spreken mensen over microkrediet met maximum bedragen voor leningen tot 25.000 Euro.

Een ander veel gehoorde definitie is die waarbij een aantal elementen worden meegenomen:
Hierbij wordt eerste instantie gededuceerd, d.w.z gekeken wat er juist niet onder microfinanciering wordt verstaan, Alleen die financieringsvormen die :
- Toegankelijk zijn voor diegenen die geen toegang tot regulier bank systeem hebben
- geen onderpand vereisen(ook geen borgstelling door familie of vrienden)
vallen onder de definitie.
Daarna worden aan de overgebleven financieringsmethoden voorwaarden gesteld:
- alleen voor ondernemingsdoeleinden
- alleen voor achterstandsgroepen
- lening met korte terugbetaalperiode
- laagdrempelige toegang zonder veel papieren rompslomp

Moet er een keuze worden gemaakt? Kunnen deze definities worden samengevoegd? Kun je mensen uitsluiten? Ik denk dat het van belang is dat wordt gekeken wat er op internationaal niveau aan definities al is ontwikkeld, ook voor westerse landen en dat er dan een breed gedragen definitie kan worden ontwikkeld voor Nederland.

Margot Lobbezoo, Projectleider lectoraat Microfinanciering en Small Business INHOLLAND


Henk van Oosterhout 17-07-2007 16:25
Ik wil graag reageren op de vraag wat de microfinance definitie moet zijn binnen de context van Nederland zoals gesteld door Margot Lobbezoo. Een interessante vraag, en wellicht niet verbazingwekkend dat veel mensen dan meteen denken aan microkrediet. Ook de neiging dat er gededuceerd wordt om tot een afbakening te komen (wat niet hetzelfde is als een definitie) is verklaarbaar, omdat het makkelijker is microfinance te omschrijven wat het niet is dan wat het wel is. Echter afbakeningen heeft ook zo z’n nadelen en is erg subjectief (waarom 25.000 euro, waarom korte terugbetaalperiode?) Tenslotte lijkt het me dat we in operationele problemen terecht komen want wat zijn dan de criteria voor achterstandsgroepen en wat is weinig papieren rompslomp (afgezet tegen de achtergrond van due diligence procedures en de poging spaargeld zoveel mogelijk te beschermen)? Wanneer heeft iemand geen toegang tot een regulier bank, want en er kunnen tenslotte heel legitieme redenen zijn waarom een kredietvoorstel wordt afgewezen door een bank. Is de achterliggende motivatie om te deduceren ook geen indicatie dat banken in Nederland het nog niet eens zo slecht doen?

Microfinanciering is in mijn definitie de transacties van kleine geldbedragen. Zij omvatten behalve sparen ook leningen, betalingsverkeer, overmakingen, verzekeringen, pensioenen en andere financiële transacties. Ik ontkoppel dus zeer bewust de transacties van de instanties die ze uitvoeren. Dat betekent dus dat wanneer ik een geldbedrag leen aan een vriend of kennis met de uitdrukkelijke bedoeling dat ik het geld op een later tijdstip terug wil hebben, dat ik me bezig hou met microfinanciering (er van uitgaand dat het om een klein bedrag gaat).

Veel mensen zullen daar moeite mee hebben omdat het instrument in ontwikkelingslanden vooral populair is geworden door gespecialiseerde instanties die ze uitvoeren. Het gaat dan vooral om kleine kredieten. Weliswaar is later daar het inzicht bijgekomen dat ook sparen een belangrijke functie heeft als ook verzekeringen, maar het begrip blijft toch vooral verbonden aan organisaties als de Grameen bank, BRI of Banco des Sol. Sterker nog hun monopolie op dit begrip (en daarin gesteund door regeringen en donoren) werd gerechtvaardigd door de mening dat informeel krediet uitbuitend is en kleine spaar en krediet groepen nauwelijks een ontwikkelingsfunctie hadden en dus armoede niet konden bestrijden.

Microfinanciering werd daarmee een geliefd ontwikkelingsinstrument en in de praktijk kwam en komt het op neer dat wanneer men over microfinance praat men het eigenlijk heeft over kleine kredieten. Sparen, verzekeringen en andere financiële diensten werden (of liever gezegd zijn) het ondergeschoven kind. Bij het grote publiek denkt men bij microfinanciering ook alleen maar aan kleine leningen om armen uit de nood te helpen.

Het heeft mij dan ook wel verbaasd dat het instrument in Nederland en andere westerse landen zo’n swing heeft doorgemaakt en ook hier geïntroduceerd werd. Voor ontwikkelingslanden kan ik het begrijpen omdat de financiële markten daar zo slecht zijn ontwikkeld en grote groepen uitsluiten.

De primaire functie van financiële markten is om surplus eenheden (sparen) te verbinden met deficit eenheden (leningen) en die transactie op een zo’n efficiënt mogelijke manier te laten verlopen (lage kosten). Juist omdat de financiële marketen in ontwikkelingslanden zo velen uitsloten, ontstond er een tweedeling die we gemakshalve de formele en informele sectoren noemen (overigens heeft Nederland deze uitsluitingen in het verleden ook gekend en daaraan danken we nu de Rabobank).

Toch zou ik denken dat de financiële markten in het westen redelijk goed functioneren en maar weinig mensen uitsluiten, ook niet de armen. Bijna iedereen boven de 15 jaar heeft een bankrekening en bij de meeste mensen staat er niet veel op. Met recht zou je daarom kunnen claimen dat alle commerciële banken in Nederland zich met microfinance bezig houden.
Bijna iedereen maakt gebruik van het betalingsverkeer via banken ook wanneer het om kleine bedragen gaat en velen onder ons hebben een pinpas waarmee kleine betalingen worden gedaan. Ook onderdeel van microfinance welke uitgevoerd worden door banken. Het verzekeringswezen in Nederland is sterk door de overheid gereguleerd en je kunt je tegen elke eventualiteit verzekeringen. Soms zijn er verplichte verzekeringen zoals de ziektekostenverzekering, soms gaat het om reisverzekeringen waar rijk of arm toegang tot heeft.

Tot dus ver heb ik dus nog geen rechtvaardiging kunnen vinden om microfinance als aparte categorie te definiëren in Nederland. Ons land voldoet volgens mij helemaal niet aan de minimale voorwaarden om microfinance (in de traditionele vorm) als aparte categorie op te voeren. Het is volledig geïntegreerd in het bank en verzekeringwezen en is sterk gereguleerd door de overheid en bewaakt door autoriteiten zoals de Nederlandse Bank. Bovendien kan men microfinance niet rechtvaardigen in Nederland omdat het systeem erg efficiënt is en de banktarieven in Nederland behoren tot de laagste ter wereld (ook al klagen we graag op de bankkosten).

Blijft er nog een financiële dienst over: kleine leningen en de toegang hiertoe. Kan dit dan microfinance rechtvaardigen? Niet echt omdat kleine leningen slechts een zeer klein onderdeel is van microfinance (en de vraag ging over een definitie van microfinance en niet microkrediet). Maar hoe zit het dan met kleine leningen in Nederland? Ik heb niet de statistieken bij de hand, maar die zijn toch wel op te vragen bij de Nederlandse Bank of in Tiel. Het zou mij verbazen wanneer het aantal leningen dat in Nederland wordt afgesloten (ook door de midden en armere klassen) klein zou zijn. Door het huizenbezit hebben velen een hypotheek, toegegeven het gaat hierbij meestal om grote bedragen, maar je hoeft niet rijk te zijn om een hypotheek te krijgen (de grote getallen maken dit duidelijk).

Daarnaast staan erg veel mensen in het rood, soms tijdelijk, soms telkens tegen het einde van de maand, soms permanent. De bedragen waarom het gaat zijn gelukkig vaak klein, en maar weinig mensen hopen dat deze bedragen oplopen of permanent worden. Je zou tijdelijk of permanent rood staan op een bankrekening "overdrafts" kunnen noemen, ook een onderdeel van microfinance, en wederom uitgevoerd door commerciële banken.

Maar er zijn nog veel meer instanties waar mensen geld kunnen lenen voor allerlei doeleinden (vaak consumptief, maar soms ook wel productief). Je kunt tegenwoordig van alles op krediet kopen bij postorderbedrijven, die zich dus ook met microkrediet bezighouden. Ook onderlinge leningen, dus (tijdelijke) leningen van en aan vrienden en kennissen komt vaak voor en de meeste kennen in hun directe omgeving kennen wel voorbeelden hiervan. Toch zullen weinig mensen dit soort leningen uitbuitend noemen. Het gemak waarmee velen toegang hebben tot krediet verontrust het NIBUD en de Nederlandse Bank en de schuldpositie van met name arme huishoudens neemt hand over hand toe. Dit is de keerzijde van klein krediet, niet alleen in Nederland, maar ook in ontwikkelingslanden.

Uiteindelijk kom ik dan uit op een zeer kleine groep Nederlanders welke leningen nodig hebben om een bedrijfje te beginnen of om uit te breiden. Hoe groot of klein die groep is, weet ik niet, maar wil je nu voor deze groep een speciale definitie maken voor microfinance en hiervoor een speciale microfinance instantie opzetten? Dat zou totaal niet levensvatbaar zijn omdat de markt veel te klein is en de risico's veel te groot (gezien de grote aantallen starters die de doek in de ring gooien na 5 jaar). Een financiële instantie die zich uitsluitend op deze groep richt is ook niet levensvatbaar omdat men dan alle eieren in een mand heeft zitten en juist een financiële instantie moet haar risico's spreiden.

Tot welke conclusie kom ik dan? Ik ben begonnen met mijn verbazing uit te spreken dat microfinance zo belangrijk lijkt te zijn geworden in Nederland (althans er wordt veel over gepraat, ik weet niet in hoeverre het ook in de praktijk is omgezet). Ik denk echter dat er in Nederland geen plaats is voor microfinance omdat de banken en andere instellingen het redelijk goed doen en het de meeste terreinen goed bedienen. En met deze opmerking, geloof ik ook niet dat het erg zinvol is om uitbereid een discussie te houden over wat microfinance is en welke definitie het zou moeten hebben.

Toegeven, eigenlijk is dit geen antwoord op de vraag die gesteld is, maar meer een verwondering waarom microfinance een populair ontwikkelingsinstrument is geworden in Nederland en de vraag of microfinance überhaupt wel levensvatbaar is.

Henk van Oosterhout
Program Director SPEED
Accra, Ghana


Klaas Kuiper 17-07-2007 16:26
De CGAP (Wereldbank) heeft definities gemaakt mid-90 er jaren.
Je kan ook eens kijken welke definitie de Volkskredietbankien in Nederland hanteren voor hun klanten.
Definieer dan meteen voor kredie, sparen. leasen en verzekeren (b.v. Interpolis is hier actief in).

Borg/garantstelling van familie en/of bekenden en/of groep is vaak wel gevraagd door veel microkrediet organisaties, geen hypotheek. Het gaat dan om toegang tot geldstromen, niet om bezittingen. Zie b.v. oudste vorm van borg in de Irish Loan Funds (1720)


René Ory 17-07-2007 16:30
De definitie van microfinanciering lijkt niet van groot belang, want die is zelden eenduidig. Microfinanciering in Nederland is ook niet hetzelfde als in ontwikkelingslanden. Dat is niet erg en biedt zelfs kansen. Als microfinanciering in Nederland vooral kleine kredieten zijn voor mensen die geen regulier bedrijfskrediet kunnen krijgen, dan zijn best aardige lessen te leren uit de situatie in ontwikkelingslanden. Bijvoorbeeld de combinatie van sparen en lenen of het systeem dat solidariteitsgroepen hanteren met “social collateral”. In een onderzoek uitgevoerd door EZ (ook te vinden op deze site), wordt gezegd dat de doelstelling van het microfinancieringsprogramma van belang is: zijn dat zuivere economische of vooral sociale doelen? Bijvoorbeeld met groepen die sparen en onderling lenen kunnen economische en sociale doelen nagestreefd worden. Met de doelstelling verandert feitelijk de aard en de definitie van microfinanciering. De discussie over welke doelstellingen de boventoon moeten voeren is overigens al oud. Deze gaat over of financiële duurzaamheid belangrijker is dan het op korte termijn oplossen van een bepaald sociaal of armoedeprobleem.
De hoos aan initiatieven op het gebied van microfinanciering in Nederland lift vooral mee op de wereldwijde hype, maar is wel anders dan elders. Daar is niks mis mee.

René Ory is docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden en voormalig bankier en adviseur op het gebied van microfinanciering voor SNV in Vietnam